Contra-indicaties en bijzondere groepen

Inhoud

(Tijdelijke) contra-indicaties

Antibiotica en hulpstoffen
Vaxigrip Tetra kan sporen van neomycine bevatten, Influvac Tetra en Fluarix Tetra bevatten mogelijk sporen van gentamicine. Bij bekende anafylaxie voor deze antibiotica geldt een contra-indicatie voor het betreffende griepvaccin. Zie voor de overige hulpstoffen de bijsluiters.

Kippenei-eiwit
Griepvaccins worden gekweekt op kippeneieren en kunnen na zuivering sporen van kippenei-eiwit bevatten. Allergie is zeldzaam. Patiënten die voedingsmiddelen kunnen eten waar ei in zit (onder andere beschuit, cake, pannenkoek) kunnen veilig gevaccineerd worden. Patiënten die deze voedingsmiddelen vanwege een heftige allergie strikt vermijden, kunnen gevaccineerd worden wanneer ze nadien 15 minuten geobserveerd worden en er directe behandelmogelijkheden aanwezig zijn, mocht een reactie optreden. De arts weegt met de patiënt samen de voor- en nadelen van vaccinatie af.

Een leeftijd jonger dan 6 maanden is een contra-indicatie voor de griepprik omdat het griepvaccin onder de leeftijd van 6 maanden niet geregistreerd is. Het doel van maternale griepvaccinatie is om de zwangere en het (ongeboren) kind te beschermen tegen infecties. Maternale vaccinatie verkleint de kans op griep in de eerste levensmaanden van de zuigeling doordat de antistoffen die de moeder aanmaakt via de placenta worden overgedragen.

Stel de vaccinatie uit tot de patiënt koortsvrij is.

Er is weinig bekend over de termijn die tussen de vaccinatie en een geplande operatie aangehouden moet worden. Bij een geplande operatie is een termijn van ten minste 48 uur een goede periode. De mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie zijn dan verdwenen, waardoor er geen verwarring met eventuele postoperatieve complicaties kan optreden. Er is geen reden om een operatie na een griepvaccinatie uit te stellen.


Bijzondere groepen

Adviseer ook griepvaccinatie aan huisgenoten en bijvoorbeeld mantelzorgers van patiënten met een zeer hoog risico op een ernstige ziekte en sterfte door griep. Deze vaccinaties vallen buiten het NPG en zijn daarom voor rekening van de gezinsleden/huisgenoten.

De indicaties voor griepvaccinatie gelden voor kinderen vanaf 6 maanden, omdat het griepvaccin onder die leeftijd niet geregistreerd is. Door het nieuwe advies vanuit de Gezondheidsraad komen mogelijk meer kinderen uit uw praktijk in aanmerking. Het gaat vooral om kinderen met epilepsie, een verstandelijke beperking of psychomotore retardatie. Kinderen tussen de 6 maanden en 9 jaar oud die nog niet eerder volledig zijn gevaccineerd, krijgen de eerste keer na 4 weken een tweede griepvaccinatie.

Eerder was alleen Vaxigrip Tetra geregistreerd voor kinderen ≥ 6 maanden en < 3 jaar. Inmiddels zijn ook Influvac Tetra en Fluarix Tetra voor deze groep geregistreerd. U ontvangt dus geen aparte envelop meer met doosjes vaccin voor jonge kinderen. Ook Fluarix Tetra is geregistreerd voor kinderen vanaf 6 maanden.

De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om ook alle gezonde zwangeren te vaccineren tegen griep wanneer zij ≥ 22 weken zwanger zijn in het griepseizoen. Voor deze doelgroep wordt een aparte uitvoeringsroute uitgewerkt die waarschijnlijk gaat lijken op de route voor maternale kinkhoestvaccinatie. Dit najaar (tot 31 december) kunnen gezonde zwangere vrouwen zich nog bij hun huisarts melden voor een gratis griepvaccinatie.

Zwangere vrouwen met een medische indicatie worden zoals eerder uitgenodigd op basis van hun medische indicatie. Ze worden gevaccineerd door de huisarts, ongeacht de termijn van de zwangerschap. Zie ook de paragraaf in ‘Zwangere vrouwen vanaf 22 weken zwangerschap gedurende het griepseizoen’.

Patiënten zonder indicatie voor griepvaccinatie kunnen op eigen verzoek een vaccinatie krijgen. Deze wordt niet vergoed vanuit het NPG. De patiënt krijgt een recept voor het vaccin en betaalt de apotheek de vaccinprijs. Spreek met de patiënt voor het toedienen ervan de hoogte van de vergoeding af. De patiënt kan zelf nagaan of zijn aanvullende verzekering de vaccinatie vergoedt.

Vaccinatie van praktijkpersoneel is niet alleen belangrijk voor het beschermen van uw eigen personeel, maar ook voor de continuïteit van de zorg en de bescherming van de kwetsbare patiënten met wie u en het praktijkpersoneel in contact komen. De overheid streeft naar een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad onder zorgpersoneel. Vaccinatie van praktijkpersoneel valt niet onder het NPG. Meer informatie is te vinden op de website van het RIVM.


Griepvaccinatie en wils(on)bekwaamheid

Een patiënt moet toestemming geven voor medische behandelingen. Wanneer mensen dit niet kunnen, omdat ze bijvoorbeeld de informatie niet begrijpen of niet kunnen afwegen, of de gevolgen niet kunnen overzien, kan een arts bepalen dat ze ‘ter zake’ wilsonbekwaam zijn.

Wilsonbekwaamheid geldt voor 1 bepaalde situatie. Hoe ingewikkelder een situatie, des te meer vaardigheden nodig zijn om wilsbekwaam te zijn. De griepvaccinatie is een relatief eenvoudige situatie, met weinig tot geen mogelijke onvoorziene gevolgen. Veel mensen met een verstandelijke beperking kunnen zelf besluiten of ze de griepvaccinatie willen. Wanneer iemand een curator heeft, betekent dat niet automatisch dat deze persoon wat betreft de griepvaccinatie wilsonbekwaam is.

Kinderen jonger dan 12 jaar worden officieel als wilsonbekwaam beschouwd.

Praktische handvatten:

  • Als iemand zelfstandig naar een vaccinatiespreekuur kan komen, mogen we aannemen dat deze persoon ‘ter zake’ wilsbekwaam is. Het verschijnen op het vaccinatiespreekuur kunnen we als toestemming interpreteren.
  • Als iemand begeleiding nodig heeft om het vaccinatiespreekuur te bezoeken, of thuis bezocht moet worden, mogen we wilsbekwaamheid niet zonder meer aannemen.
    • Wanneer de begeleider niet de ouder of wettelijk vertegenwoordiger is, maar bijvoorbeeld personeel van een instelling of woonvorm, kunt u aan de begeleider vragen: ‘Is de wettelijk vertegenwoordiger akkoord met vaccinatie?’ De instelling of woonvorm is verantwoordelijk voor het navragen en registreren van toestemming.
    • Wanneer de begeleider wel de ouder of wettelijk vertegenwoordiger is, mag u de aanwezigheid van deze persoon als toestemming opvatten. Alleen in uitzonderlijke gevallen is expliciete aandacht voor toestemming nodig. Bijvoorbeeld in geval van een vechtscheiding bij een (wilsonbekwame) minderjarige en u weet dat de ouders wat betreft medische kwesties niet op 1 lijn zitten.

Samenwerking met kleinschalige woonvormen en instellingen

Het is aan te bevelen om contact op te nemen met kleinschalige woonvormen en instellingen wanneer u bewoners wilt vaccineren en om na te vragen wat er aan samenwerking mogelijk is.

Het navragen en registreren van toestemming valt onder de verantwoordelijkheid van de woonvorm of instelling.

Over andere zaken kunt u samenwerkingsafspraken maken. In sommige woonvormen is het bijvoorbeeld mogelijk dat het toedienen van vaccinaties gedelegeerd kan worden wanneer daartoe een uitvoeringsverzoek wordt gedaan. In andere gevallen kan het handig zijn wanneer er bij het vaccineren van bepaalde bewoners specifieke begeleiding aanwezig is (bijvoorbeeld bij patiënten met angsten of gedragsproblemen). Ook is het altijd van belang om een afspraak te maken over het moment waarop de vaccinatie plaatsvindt. Houd er rekening mee dat bewoners van kleinschalige woonvormen en/of instellingen in veel gevallen dagbesteding, dagbehandeling of andere bezigheden buitenshuis hebben.


← Selecteren en indicatiesUitvoering Nationaal Programma Grieppreventie →

Bronnen

RIVM. Influenzavaccinatie buiten het NPG. Bilthoven: RIVM, 2019.

Grohskopf LA, Alyanak E, Ferdinands JM, Broder KR, Blanton LH, Talbot HK, et al. Prevention and control of seasonal influenza with vaccines: recommendations of the Advisory Committee on Immunization Practices, United States, 2021–22 Influenza Season. MMWR Recomm Rep 2021;70(5):1-28.