Griepvaccinatie

In het kort

Jaarlijks krijgen duizenden Nederlanders met een verhoogd risico op complicaties of overlijden bij griep door hun huisarts de griepvaccinatie toegediend. De samenstelling van het vaccin wordt elk jaar aangepast en bestaat uit vier geïnactiveerde virusstammen. De gemiddelde effectiviteit van het griepvaccin tegen infectie is 30% en tegen ziekenhuisopname door griep 41%. Dit hangt af van verschillende patiënt- en virusgebonden factoren. De vaccinatiegraad onder de doelgroep lag de afgelopen jaren rond de 54% en laat een stijgende lijn zien.


← Griep | Selecteren en indicaties →

Meer informatie:

Tegen welke virussen beschermt het griepvaccin?

Quadrivalente samenstelling van het griepvaccin 2022-2023

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert jaarlijks in februari tegen welke griepvirusstammen gevaccineerd zou moeten worden. Het griepvaccin is een geïnactiveerd quadrivalent vaccin en is gericht tegen 4 griepvirussen van het type A en B. Het aankomende seizoen (seizoen 2022-2023) gaat het om de volgende stammen:

  • A/Victoria/2570/2019 (H1N1)pdm09-achtig virus
  • A/Darwin/9/2021 (H3N2)-achtig virus
  • B/Austria/1359417/2021 (B/Victoria lineage)-achtig virus
  • B/Phuket/3073/2013 (B/Yamagata lineage)-achtig virus

In het NPG worden dit jaar de volgende vaccins gebruikt: Influvac Tetra (leverancier: Viatris) en Vaxigrip Tetra (leverancier: Sanofi Pasteur). Later in de vaccinatiecampagne 2022-2023 zal een in de griepvaccinatiecampagne niet eerder gebruikt vaccin geleverd worden, Fluarix Tetra (leverancier: GSK). Raadpleeg voor meer informatie over de vaccins de bijsluiterteksten. De bijsluiter van Fluarix Tetra zal binnenkort worden toegevoegd op de website van het RIVM.

Het vaccin geeft na 2-3 weken bescherming, die na 6 maanden begint af te nemen. Jaarlijkse herhaling van de griepvaccinatie is noodzakelijk vanwege de veranderlijkheid van de griepvirussen en de daarmee wijzigende samenstelling van het vaccin.


Wat is de effectiviteit van de griepvaccinatie?

Griepvaccinatie verlaagt zowel de transmissie, als het ziekte- (morbiditeit) en sterftecijfer (mortaliteit) door griep. De gemiddelde effectiviteit van de griepvaccinatie tegen infectie wordt geschat op 30% en tegen ziekenhuisopname vanwege griep op 41% (Rondy et al. 2017). Als de patiënt na vaccinatie toch griep krijgt, verloopt de ziekte meestal minder ernstig. Het effect van de vaccinatie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de leeftijd van de patiënt, eventuele comorbiditeit en de status van het immuunsysteem. Daarbij spelen nog enkele factoren een rol: de overeenkomst tussen de virusstammen in het vaccin en de circulerende virusstam (de zogenaamde vaccinmatch), het type virus, de mate van viruscirculatie en de virulentie ervan. Het griepvaccin beschermt niet tegen andere virussoorten die griepachtige klachten veroorzaken, zoals rhino- of adenovirussen, die tot bovensteluchtweginfecties leiden.


Wat is de vaccinatiegraad?

Tijdens de vaccinatiecampagne van het seizoen 2020-2021 kreeg 20,8% van de Nederlandse bevolking de griepvaccinatie, vergeleken met 18,3% het jaar daarvoor. In de doelgroep van het NPG steeg de vaccinatiegraad van 52,6% naar 53,7%. Als de vaccinatiegraad in de doelgroep met dezelfde indicaties als in 2019 wordt berekend, dan zou de vaccinatiegraad in 2020 zelfs zijn gestegen naar 57,3%. De stijging van de vaccinatiegraad is waarschijnlijk te verklaren door de toegenomen aandacht voor het belang van vaccinatie tijdens de COVID-19-pandemie. De vaccinatiegraad was het hoogst onder mensen van 65 jaar of ouder met een medische indicatie (74,6%).


Welke bijwerkingen zijn te verwachten?

Er worden vrijwel uitsluitend milde lokale of systemische bijwerkingen van de vaccinatie gemeld, zoals roodheid, zwelling en pijn op de plek waar de vaccinatie is toegediend of griepachtige verschijnselen. Deze ontstaan doordat het afweersysteem bezig is antistoffen op te bouwen tegen de antigenen in het vaccin. Eventuele bijwerkingen verdwijnen binnen enkele dagen.

Gelijktijdige griep- en pneumokokkenvaccinatie lijkt geen toename in bijwerkingen te geven ten opzichte van afzonderlijk op verschillende momenten vaccineren. Om onderscheid tussen lokale bijwerkingen van de griep- en pneumokokkenvaccinatie te kunnen maken, wordt geadviseerd om bij gelijktijdige vaccinatie de griepvaccinatie links en de pneumokokkenvaccinatie rechts te geven.

Vermoedelijke (ernstige) bijwerkingen moeten volgens de Geneesmiddelenwet gemeld worden bij het Nederlands Bijwerkingencentrum Lareb. Huisartsen hoeven niet uit te zoeken of de verschijnselen daadwerkelijk een causale relatie hebben met de vaccinatie.

Er is een uitzonderlijk kleine kans op een anafylactische reactie bij een allergie voor bestanddelen van het vaccin. In geval van een calamiteit (zoals een onverwachte anafylactische reactie) moet er binnen 15 minuten een arts aanwezig kunnen zijn om deze adequaat te behandelen.


← Griep | Selecteren en indicaties →

Bronnen

  • WHO. Recommended composition of influenza virus vaccines for use in the 2022-2023 Northern hemisphere influenza season. Geneva: WHO, 2022.
  • Lareb. Jaarrapport vaccinatiecampagne seizoen 2020-2021. ’s-Hertogenbosch: Lareb, 2022.
  • Nivel. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2020. Utrecht: Nivel, 2021.
  • Van Balveren L. Bijwerkingen influenzavaccins nog beter in kaart gebracht. Pharm Weekbl 2019:1547.
  • Rondy M, El Omeiri N, Thompson MG, Levêque A, Moren A, Sullivan SG. Effectiveness of influenza vaccines in preventing severe influenza illness among adults: a systematic review and meta-analysis of test-negative design case-control studies. J Infect 2017;75(5):381–94.