Pneumokokken

In het kort

Pneumokokken zijn gekapselde bacteriën, die bij veel mensen voorkomen als commensalen van de bovenste luchtwegen. Er zijn > 90 verschillende serotypen. Vooral kinderen, mensen > 60 jaar en mensen met een minder goed werkend immuunsysteem zijn vatbaar voor ziekte door pneumokokken.

Bij volwassenen > 60 jaar is het meest voorkomende ziektebeeld een pneumokokkenpneumonie, maar besmetting kan ook leiden tot een invasieve pneumokokkenziekte (invasive pneumococcal disease: meningitis, sepsis of invasieve pneumonie). Naar schatting worden jaarlijks 2.600 tot 5.600 mensen ≥ 65 jaar opgenomen in het ziekenhuis met een pneumokokkenpneumonie. Jaarlijks zijn er circa 1.800 60-plussers met een invasieve pneumokokkenziekte. Zij worden vrijwel altijd opgenomen in het ziekenhuis en het beloop is vaak ernstiger dan bij een niet-invasieve pneumokokkenziekte. Van de 60-plussers die zijn opgenomen in het ziekenhuis met een pneumokokkenziekte, overlijdt circa 15%. Het risico op overlijden in de jaren na het doormaken van een pneumokokkenziekte is naar schatting ook met 15% verhoogd.


← Leeswijzer | Pneumokokkenvaccinatie →

Meer informatie

Wat zijn pneumokokken?

De pneumokok (Streptococcus pneumoniae) is een grampositieve gekapselde diplokok, waarvan > 90 serotypen worden onderscheiden. De samenstelling van het suikerkapsel, die uit vele unieke polysachariden bestaat, bepaalt het serotype.
Bij veel mensen behoort deze bacterie tot de commensale flora van de nasofarynx, zonder dat deze een infectie veroorzaakt. Vooral jonge kinderen zijn dragers en verspreiders van pneumokokken; van de kinderen < 2 jaar is 60-85% drager. Volwassenen en ouderen worden verondersteld weinig aan de verspreiding bij te dragen door de lagere prevalentie en densiteit van dragerschap.


Hoe vindt overdracht/besmetting plaats?

Overdracht geschiedt aerogeen via druppeltjes vanuit de neus- of keelholte of door direct contact. Hygiënemaatregelen, zoals nu tegen corona worden toegepast, kunnen de overdracht dus beperken. Meestal treedt een infectie op met een serotype dat recent de bovenste luchtweg heeft gekoloniseerd. Vooral kinderen, ouderen (> 60 jaar) en mensen met een minder goed werkend immuunsysteem zijn vatbaar voor pneumokokkenziekte. Dragerschap op zich is geen belangrijke risicofactor voor een infectie.

Pneumokokkenziekte komt over de hele wereld voor. In landen met een gematigd klimaat komen pneumokokken vaker in de winter en in het vroege voorjaar voor. Daarnaast lijkt een verhoogde incidentie vaker voor te komen tijdens of net na een griepepidemie.


Welke ziektebeelden kunnen veroorzaakt worden door pneumokokken?

Pneumokokken veroorzaken diverse ziektebeelden, zoals otitis media acuta, sinusitis, bronchitis en pneumonie, meningitis en sepsis. Minder frequent voorkomende ziektebeelden zijn artritis, endocarditis en peritonitis. Er wordt gesproken van een invasieve pneumokokkenziekte (IPD) wanneer de bacterie zich verspreidt naar het bloed of andere steriele ruimten als liquor of gewrichten. Het ziektebeeld verschilt sterk met de leeftijd. Bij kinderen < 5 jaar komen meningitis en sepsis het meest voor (70-75%), terwijl bij ouderen met een IPD een invasieve pneumokokkenpneumonie het meest voorkomt (80-85%) en slechts 10% een meningitis betreft.

Om het effect van de invoering van het NPPV te kunnen monitoren is er een meldingsplicht voor IPD sinds 1 april 2021. Naar verwachting krijgt de huisarts hier zelden mee te maken, aangezien deze diagnose voornamelijk in het ziekenhuis gesteld wordt.

Niet-invasieve pneumokokkenpneumonie

Bij ouderen is pneumonie het meest voorkomende ziektebeeld door pneumokokken. Een pneumonie kan fataal verlopen, vooral als er sprake is van comorbiditeit. Een pneumonie zonder bacteriëmie of empyeem wordt als niet-invasief beschouwd. Karakteristiek is een acuut begin met verschijnselen zoals hoge koorts, productieve hoest (vaak met bloedbijmenging), kortademigheid en pijn bij het ademhalen. Bij ouderen verloopt het begin van de ziekteverschijnselen vaak minder acuut.

Invasieve pneumokokkenpneumonie

Bij een invasieve pneumokokkenpneumonie is er sprake van bacteriëmie of empyeem. Bij ouderen die zijn opgenomen met een pneumokokkenpneumonie heeft 20-30 % een positieve bloedkweek. Er wordt echter niet altijd een bloedkweek afgenomen. Het blijkt dat de ernst van de ziekte tussen invasieve en niet-invasieve pneumonie bij opgenomen volwassen patiënten niet veel verschilt. Complicaties van een pneumokokkenpneumonie zijn onder meer empyeem, pericarditis en respiratoir falen.

Pneumokokkensepsis

Sepsis is een ernstige complicatie van pneumokokkeninfectie. Symptomen zijn bewustzijnsstoornissen, hoofdpijn, verwardheid, hoge koorts en een acuut beloop.

Pneumokokkenmeningitis

Pneumokokkenmeningitis kan optreden wanneer de bloed-liquorbarrière wordt doorbroken. Dat kan gebeuren na een bacteriëmie en/of na een schedeltrauma met een open verbinding tussen de nasofarynx en subarachnoïdale ruimte. Ongeveer een kwart van de patiënten met een pneumokokkenmeningitis heeft ook een pneumokokkenpneumonie. Symptomen zijn koorts, nekstijfheid, koude rillingen, misselijkheid en overgeven, hoofdpijn, sufheid, fotofobie en petechiën.


Hoe vaak komen ernstige infecties door pneumokokken voor?

Incidentie (pneumokokken)pneumonie

De incidentie van pneumonie is relatief hoog bij kinderen < 5 jaar en stijgt met de leeftijd > 50 jaar. Van de in het ziekenhuis opgenomen patiënten met een pneumonie wordt naar schatting 20 tot 30% veroorzaakt door pneumokokken. Jaarlijks gaat het naar schatting om 2.600 tot 5.600 patiënten van ≥ 65 jaar. Precieze cijfers zijn niet voorhanden, omdat er vaak geen diagnostiek naar de verwekker wordt gedaan en ook omdat diagnostiek niet altijd uitsluitsel geeft over de verwekker. Er zijn weinig gegevens beschikbaar over het aandeel pneumokokken in verwekkers van pneumonieën in de huisartsenpraktijk.

Incidentie invasieve pneumokokkenziekte

Sinds de invoering van de pneumokokkenvaccinatie bij kinderen in 2006 is de incidentie van invasieve pneumokokkenziekte aanzienlijk afgenomen, zowel bij gevaccineerde als ongevaccineerde leeftijdsgroepen. Ook bij oudere leeftijdsgroepen (> 70 jaar) is de incidentie over de jaren gedaald. Ondanks deze daling is het absolute aantal patiënten per jaar bij mensen van ≥ 60 jaar gestegen naar ruim 1.800 patiënten per jaar. Dit is toe te schrijven aan het toegenomen aantal ouderen in Nederland.


Wat is de sterfte door pneumokokkeninfecties?

Mortaliteit pneumokokkenpneumonie

Bij een niet-invasieve pneumokokkenpneumonie is de mortaliteit 14%. Ook na ontslag uit het ziekenhuis is de kans op mortaliteit nog verhoogd na pneumonie. Een Nederlands onderzoek (Wagenvoort 2017) onder zelfstandig wonende senioren van ≥ 65 jaar vond een 6 keer verhoogde mortaliteit in het jaar na ziekenhuisopname voor pneumonie (8,4% bij pneumoniepatiënten versus 1,2% bij een vergelijkbare groep ouderen zonder pneumonie). De mortaliteit van pneumonie in de eerste lijn is naar verwachting veel lager.

Mortaliteit invasieve pneumokokkenziekte

Onder ouderen stijgt de mortaliteit met de leeftijd. Bij 65-plussers is deze 17% in de eerste 30 dagen, wat neerkomt op circa 250 ouderen per jaar (Wagenvoort 2016). Uit een onderzoek onder volwassenen met invasieve pneumonie in een Nederlands ziekenhuis bleek dat de mortaliteit na een jaar 16% en na 5 jaar 39% was (Wagenvoort 2017).

Dit is veel hoger dan in de algemene populatie met dezelfde leeftijds- en geslachtverdeling (respectievelijk 3% en 15%). Ook in een onderzoek uit de VS werd een hoge langetermijnmortaliteit gevonden na een pneumokokkenpneumonie van 32% na 10 jaar (Sandvall 2013). Meer onderzoek is nodig om vast te stellen of deze hogere sterfte veroorzaakt wordt door comorbiditeit of door pneumokokkenziekte zelf.


Wordt er natuurlijke immuniteit opgebouwd na blootstelling aan een pneumokok?

Na blootstelling vormt de gastheer tegen de polysacharide-antigenen van het bacteriële kapsel serotypespecifieke antistoffen. Na een doorgemaakte infectie bestaat vele jaren immuniteit tegen eenzelfde serotype, maar niet tegen de andere serotypen. De relatie tussen dragerschap en het ontwikkelen van natuurlijke immuniteit is nog grotendeels onbekend.


← Leeswijzer | Pneumokokkenvaccinatie →

Bronnen

  • Knol MJ, Sanders EAM, De Melker HE. Pneumokokkenziekte in Nederland – Achtergronddocument voor de Gezondheidsraad. Bilthoven: RIVM, 2017:2017-0181. ()
  • RIVM. LCI-richtlijn Pneumokokkenziekte (invasief). Bilthoven: RIVM, 2019.
  • RIVM. Volksgezondheidenzorg.info. Bilthoven: RIVM, 2021.
  • Wagenvoort GH, Sanders EA, De Melker HE, Van der Ende A, Vlaminckx BJ, Knol MJ. Long-term mortality after IPD and bacteremic versus non-bacteremic pneumococcal pneumonia. Vaccine 2017;35:1749-57.
  • Wagenvoort GH, Sanders EA, Vlaminckx BJ, Elberse KE, De Melker HE, Van der Ende A, et al. Invasive pneumococcal disease: clinical outcomes and patient characteristics 2-6 years after introduction of 7-valent pneumococcal conjugate vaccine compared to the prevaccine period, the Netherlands. Vaccine  2016;34:1077-85.
  • Sandvall B, Rueda AM, Musher DM. Long-term survival following pneumococcal pneumonia. Clinical infectious diseases : an official publication of the Infectious Diseases Society of America. 2013;56(8):1145-6.