Pneumokokkenvaccinatie op medische indicatie

Pneumokokkenvaccinatie op medische indicatie is facultatief voor de huisarts en valt niet onder het NPPV. Er gelden andere juridische kaders en een andere bekostiging. Vaccinatie op medische indicatie valt onder de individuele gezondheidszorg. De apotheek levert de vaccins en bekostiging gebeurt via de zorgverzekering (zie het onderdeel Bekostiging ). Pneumokokkenvaccinatie is in de gehele keten (in de eerste en tweede lijn) niet goed ingebed in bestaande behandelrichtlijnen. Lang niet iedereen met een medische indicatie wordt gesignaleerd en ontvangt het vaccin.


Inhoud

Medische indicaties

Op dit moment wordt pneumokokkenvaccinatie met het PPV23-vaccin geadviseerd voor de volgende medische indicaties (zie ook LCI-richtlijn pneumokokkenziekte):

  • functionele asplenie;
  • cochleair implantaat (richtlijn is in ontwikkeling);
  • (traumatische) liquorlekkage/fistel;
  • immuungecompromitteerden:
    • aangeboren (primaire) immuundeficiëntie;
    • verworven (secundaire) immuundeficiënties, zoals:
      • bij behandeling van kanker;
      • hiv;
      • immuunsuppressieve therapie;
    • na een beenmerg- of orgaantransplantatie;
    • hematologische aandoeningen
  • Mensen die longschade hebben opgelopen door COVID-19. De indicatie wordt gesteld door de longarts.

Alleen (functionele) asplenie en sikkelcelziekten zijn eerstelijns indicaties. De overige indicaties vallen onder de tweedelijnszorg. De huisarts mag deze vaccinaties uiteraard facultatief wel aanbieden aan de patiënt als hij deze signaleert.


Matige implementatie van pneumokokkenvaccinatie op medische indicatie

Er zijn enkele problemen die ervoor zorgen dat de implementatie van pneumokokkenvaccinatie op medische indicatie moeizaam is.

In de reguliere zorg (Zvw) wordt nauwelijks gevaccineerd. Niet bij de huisarts, maar ook niet in het ziekenhuis, terwijl dit een regulier onderdeel zou moeten zijn van goede patiëntenzorg. Vaccinaties zijn niet goed ingebed in de bestaande behandelrichtlijnen, of de richtlijnen bestaan tot op heden nog niet (de richtlijn Vaccinatie bij cochleair implantaat is bijvoorbeeld in mei 2021 in ontwikkeling). Daarnaast staat vaccinatiezorg niet voldoende op het netvlies van zorgverleners. Zo zou het wenselijk zijn dat een medisch specialist nadenkt over welke vaccinaties geïndiceerd zijn voordat hij start met immuunsuppressiva. Tetanusvaccinatie is een voorbeeld van een vaccinatie die als geïndiceerde preventie wel goed geïmplementeerd is in de reguliere zorg.


Opvolging

Ook het regelmatig blijven toedienen van vaccinaties is een punt van zorg: patiënten met een medische indicaties krijgen idealiter eerst een PCV13-vaccin, 2 maanden later een PPV23-vaccin, en vervolgens levenslang elke 5 jaar een PPV23-booster. De ervaring leert dat dit vaak niet gebeurt. Als uw patiënt met een medische indicatie ooit een vaccin heeft gehad, is het soms moeilijk te achterhalen welk vaccin dat is geweest. In Nederland worden PCV-vaccins sinds 2006 grootschalig ingezet (binnen het RVP voor zuigelingen). Als uw patiënt langer geleden een pneumokokkenvaccinatie heeft gehad, zal dat dus een PPV-vaccin zijn geweest.


Bekostiging

Daarnaast was bekostiging een probleem. Het PPV23-vaccin is geregistreerd in het Geneesmiddelen Vergoedings Systeem (GVS), en kan dus op indicatie voorgeschreven en vergoed worden (wel ten laste van het eigen risico). Het PCV-vaccin was tot voor kort echter niet geregistreerd in het GVS; de patiënt moest het vaccin dus zelf betalen.

Dit knelpunt is tijdens de invoering van het NPPV aan het licht gekomen. Inmiddels is een aanvraag voor registratie ingediend bij het Zorginstituut, en is deze belemmering weggevallen.


Vaccinatie buiten het programma (op verzoek)

Patiënten kunnen zich bij de huisarts melden met het verzoek voor een pneumokokkenvaccinatie buiten het programma. Vaccinatie buiten het programma is op eigen kosten mogelijk. Het vaccin is buiten het programma beperkt beschikbaar.

Hierbij zijn grofweg 3 groepen te onderscheiden:

  • patiënten < 60 jaar
  • patiënten van 60 tot en met 68 jaar die in 2020/2021 nog niet uitgenodigd worden
  • patiënten ≥ 80 jaar

Het advies voor patiënten tussen de 60 en 68 jaar is om te wachten tot ze uitgenodigd worden voor een gratis vaccinatie vanuit het programma. Bij vaccinatie buiten het programma is instromen binnen het programma wellicht niet meer mogelijk en kan de patiënt geen gebruikmaken van de gratis vaccinatie via het NPPV.

Voor de huisarts kan het vaccineren van patiënten uit deze groep betekenen dat er een stroom patiënten ontstaat die (mogelijk voor langere tijd) buiten het programma om gevaccineerd moeten worden.

Voor patiënten < 60 jaar zonder medische indicatie is vaccinatie op populatieniveau niet kosteneffectief als primaire preventie, maar wel mogelijk op verzoek (en op eigen kosten). Voor patiënten ≥ 80 jaar geeft de Gezondheidsraad (GR) aan dat de bescherming van de pneumokokkenvaccinatie voor hen waarschijnlijk minder is vanwege de afnemende functie van het afweersysteem op hogere leeftijd.

Het tarief voor vaccinatie op eigen verzoek is een vrij tarief. Voor de vaccinatie spreekt de huisarts met de patiënt de hoogte van de vergoeding af. De niet-geïndiceerde patiënt kan zelf nagaan of zijn aanvullende verzekering de vaccinatie vergoedt.


Vaccinatie praktijkpersoneel

Er is geen indicatie om medewerkers te vaccineren tegen pneumokokken. Praktijkmedewerkers lopen geen verhoogd risico en vaccinatie tegen pneumokokken biedt geen groepsbescherming.


← Scenario’s voor het vaccinatiespreekuur | Colofon →

Bron