Uitvoering NPPV

De organisatie van de pneumokokkenvaccinatie in de huisartsenpraktijk start in mei met het maken van de selectie en eindigt in januari als u uw declaratie bij de SNPG hebt ingediend. We lichten de planning voor het programma schematisch toe en geven een kort overzicht van de aandachtspunten.

  • Mei: eerste selectie maken en planning en indeling
  • Juni: bestellen van vaccins en veiligheidsnaalden
  • September: daadwerkelijke selectie en controle van bestelde vaccins
  • Oktober/november: uitnodigen en informeren, leveren en bewaren van vaccins, vaccineren en registreren
  • December: declareren en spillage en langdurig bewaren
  • Gedurende het hele jaar

Mei: eerste selectie maken en planning en indeling

1. Eerste selectie maken van patiënten voor een indicatie van het aantal te bestellen vaccins

Een eerste selectie maken van patiënten voor een indicatie van het aantal te bestellen vaccins:

  • Op basis van geboortejaar (1953 t/m 1956 ), met aandacht voor (tijdelijke) exclusiecriteria.
  • Facultatief:
    • Indien bekend, signaleren van patiënten met een medische indicatie die nog nooit PCV13 hebben gehad. Pneumokokkenvaccinatie op medische indicatie valt buiten het bestek van het NPPV.
    • Overwegen om dit in overleg met deze patiënten alsnog toe te dienen, rekening houdend met het minimale interval tussen de pneumokokkenvaccinaties.

Het is verstandig om voor het bestellen van de vaccins deze selectie in kaart te brengen. U kunt dan beter inschatten hoeveel vaccins u vanaf 1 juni daadwerkelijk moet bestellen. Het aantal patiënten per leeftijdscohort kan per praktijk en per jaar erg variëren. Uw HIS ondersteunt u zoveel mogelijk in deze selectie.

2. Nadenken over de planning en indeling van het vaccinatiespreekuur


Juni: bestellen van vaccins en veiligheidsnaalden

1. Vaccins en infographic bestellen

Van 1 tot en met 30 juni kunt u de pneumokokkenvaccins en uitnodigingsmaterialen bestellen via de website van de SNPG. De bestelwijze is vergelijkbaar met die van het NPG. In de webapplicatie van de SNPG kunt u aangeven op welke dag u de vaccins geleverd wilt hebben.

Per werkdag is er slechts een bepaalde hoeveelheid uit te leveren vaccins beschikbaar. Er is ook een maximaal aantal adressen waar de vaccins afgeleverd kunnen worden.

Hoe sneller u de bestelling plaatst, des te ruimer dus de keuze in afleverdata is. Hierbij is het essentieel om rekening te houden met de planning en organisatie van het vaccinatiespreekuur. Plan de levering van de vaccins minimaal 2 werkdagen voor het vaccinatiespreekuur.

Het is mogelijk om in september al uw volledige bestelling te ontvangen. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer u besloten hebt de pneumokokkenvaccinatie op een eerder moment toe te dienen dan de griepvaccinatie.

Direct aansluitend op de hoofdlevering kunt u een nabestelling plaatsen via de webapplicatie van de SNPG. De bezorgdatum van de nalevering hangt samen met de beschikbaarheid van vaccins op de gewenste datum. Dit jaar worden geen tekorten verwacht.

Voor de eerste 2 leveringen betaalt u geen verzendkosten. Elke levering geldt als een aparte levering, ongeacht of het een voor-, hoofd- of nalevering betreft. Het maakt daarbij niet uit of het vaccins uit het Nationaal Programma Grieppreventie en/of het NPPV betreft. Vanaf de derde levering worden verzendkosten in rekening gebracht; deze zijn € 40,00 per levering voor een gewone nabestelling (geen spoed).

Het RIVM, de SNPG en het NHG hebben de infographic ‘Pneumokokkenprik 2022 (pdf)’ ontwikkeld.

Deze geeft de patiënt informatie over pneumokokken, de mogelijke gevolgen van een pneumokokkeninfectie en het nut van de vaccinatie. De infographic kunt u samen met de vaccins bestellen. Deze wordt gratis geleverd op A4-briefpapier. De blanco zijde kunt u dan gebruiken voor de uitnodigingsbrief.

Overweeg om een aantal extra exemplaren van de infographic te bestellen. Sommige mensen bewaren de infographic graag als naslag. U kunt hen deze extra exemplaren dan geven, wanneer ze tijdens het vaccinatiespreekuur hun uitnodigingsbrief moeten inleveren.

2. Veiligheidsnaalden bestellen

Bestel de veiligheidsnaalden tijdig. De diameter is 0,5-0,6 mm (23-25 Gauge). Kies voor

  • Intramusculaire toediening: 25 mm (standaard aanbevolen toediening)
  • Intramusculaire toediening bij obesitas: 38 mm
  • Subcutane toediening: 16 mm (zelden geïndiceerd)

De pneumokokkenvaccins worden zonder naald geleverd. U kunt de benodigde veiligheidsnaalden bestellen bij uw eigen groothandel. Op de website van de SNPG ziet u welke naalden geschikt zijn voor het pneumokokkenvaccin.

Voor het griep- en pneumokokkenvaccin kunt u dezelfde naalden gebruiken. Ze worden echter wel anders bevestigd. Bij het pneumokokkenvaccin moet de naald met een draaiende beweging bevestigd worden in verband met een Luer Lock-aansluiting op de betreffende spuit. Vooral bij naalden met SmartSlip-technologie is het nodig om eerst stevig te drukken, en dan pas te draaien, om de spuit goed op de naald te bevestigen. Zie voor een verdere instructie de website van de SNPG.

3. Indien van toepassing contact opnemen met een verzendhuis voor het versturen van de uitnodigingen

Indien gewenst: overleggen of de uitnodiging voor de griep- en pneumokokkenvaccinatie in 1 envelop verzonden kan worden. Dit is mogelijk wel foutgevoeliger. Vraag ook naar de portokosten.


September: daadwerkelijke selectie en controle van bestelde vaccins

1. Definitieve selectie patiënten

2. Controle van het aantal bestelde vaccins (en veiligheidsnaalden)

Dit is het moment om uw eerder gemaakte selectie te beoordelen en te controleren of het aantal bestelde vaccins juist is. U kunt de bestelling tot uiterlijk 8 dagen voor de levering kosteloos wijzigen.

Uw HIS ondersteunt u in de daadwerkelijke selectie en beoordeling door patiënten te signaleren die voldoen aan 1 van de volgende punten:

  • een allergie/overgevoeligheid voor PPV23
  • ooit een pneumokokkenvaccinatie gehad (PCV13/PPV23)*
  • pneumokokkenvaccinatieweigeraar (alleen voor patiënten die expliciet hebben aangegeven NOOIT deel te willen nemen)

Daarnaast kunt u (facultatief) kijken naar:

  • ICPC-codes die een medische indicatie suggereren
  • vastgelegde behandelingen (miltextirpatie)/profylaxe (functionele asplenie)
  • diagnostische bepaling pneumokokkenvaccinatie medische indicatie

Indien de patiënt < 2 jaar geleden PPV23 heeft gekregen, is dit een contra-indicatie voor toediening van PPV23 dit jaar.


Oktober/november: uitnodigen en informeren, leveren en bewaren van vaccins, vaccineren en registreren

1. Uitnodigen en informeren

Een persoonlijke schriftelijke uitnodiging van de huisarts is de effectiefste manier om patiënten uit te nodigen. Stuur deze uitnodiging bij voorkeur 2 weken voorafgaand aan het vaccinatiespreekuur.

Er is een te personaliseren uitnodigingsbrief beschikbaar. Deze kunt u op de voorzijde van de bestelde Infographic pneumokokken 2022 (pdf) afdrukken.

De pneumokokkenvaccinatie binnen het NPPV is een preventief aanbod: een aanbod om iets te voorkomen wat zich nog niet heeft voorgedaan. Dit betekent dat de uitgenodigde patiënt geen klachten heeft, die misschien ook niet gaat krijgen en niet zelf gevraagd heeft om vaccinatie, maar actief benaderd is. Dit maakt het extra belangrijk dat de patiënt een goed geïnformeerde keuze kan maken over vaccinatie. Hierbij mag de patiënt geen dwang ervaren.

Uniformiteit, kwaliteit en betrouwbaarheid van de voorlichting zijn daarbij belangrijke basisprincipes. Daarnaast zijn huisartsen volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) verplicht om hun patiënten goed te informeren. Met de infographic ‘Pneumokokkenprik 2022’ en de uitnodigingsbrief ontvangen patiënten de meest actuele en relevante informatie over de pneumokokkenvaccinatie.

Meer informatie over de landelijke kwaliteitseisen van voorlichting vindt u op de website van het RIVM en in de Multidisciplinaire richtlijn Preventief medisch onderzoek van de KNMG.

Informatie voor in de wachtkamer

Er worden wachtkamerposters voor in de praktijk geleverd. Daarnaast wordt er informatie ontwikkeld voor op het wachtkamerscherm.

Patiëntenvoorlichting en vragen beantwoorden

Om vragen van patiënten te beantwoorden kunt u gebruikmaken van patiëntinformatie op:

Meer achtergrondinformatie voor professionals:

2. Leveren en bewaren van de vaccins

  • Zorg er bij het opbergen van de vaccins voor dat de griep- en pneumokokkenvaccins duidelijk gescheiden en herkenbaar zijn. De pneumokokkenvaccins zijn te herkennen aan de paarse plunjer.
  • Zorg ervoor dat er een medewerker beschikbaar is om de vaccins aan te nemen en zo snel mogelijk (binnen 1 uur) in de koelkast te plaatsen
  • Het pneumokokkenvaccin is minder stabiel dan het griepvaccin. Het is noodzakelijk aan de bewaarcondities te voldoen.
  • Vul bij onderbreking van de koude keten het meldingsformulier in op de website van de SNPG. De SNPG neemt dan zo spoedig mogelijk contact met u op. Overleg eerst, en vernietig vaccins pas als de DVP aangeeft dat ze niet meer bruikbaar zijn.

Kader Kwaliteitseisen voor het bewaren van vaccins

Noodzakelijk

  • Bewaar vaccins in een koelkast met een temperatuur tussen de 2 en 8 °C.
  • Sla geen levensmiddelen op in de koelkast waarin vaccins en geneesmiddelen worden opgeslagen.
  • Zorg dat de koelkast of ruimte waarin de koelkast staat afsluitbaar is.
  • De koelkast bevat geen vriescompartiment.
  • De koelkast heeft geen opslagvakken in de deur.
  • Een temperatuurlogger logt het temperatuurverloop in de koelkast. Deze logger wordt periodiek uitgelezen.
  • De gebruikte thermometer/logger is gekalibreerd en wordt periodiek geherkalibreerd of vervangen door een andere gekalibreerde logger.
  • De temperatuurverdeling binnen in de koelkast met gesloten deur is maximaal ± 2 °C. De temperatuur dient op alle punten in de koelkast altijd tussen de 2 en 8 °C te zijn.

Mogelijke voorzieningen om de kwaliteit te optimaliseren

  • Bij een stroomonderbreking kan de koelkast bij een kamertemperatuur tot 30 °C met gesloten deur de temperatuur minimaal een uur tussen de 2 en 8 °C houden.
  • Wanneer de het gestelde temperatuursbereik overschreden wordt, geeft de logger of koelkast een visueel en/of audioalarm en/of wordt er een sms-bericht verstuurd.
  • De temperatuurinstelling van de koelkast kan met een interval van 0,5 °C worden ingesteld.

In september start de voorlevering van de vaccins. U kunt uw gehele bestelling pneumokokkenvaccins in de voorlevering ontvangen. Dit in tegenstelling tot de griepvaccins, waarvan u maar 10% in de voorlevering kunt bestellen. De hoofdlevering vindt plaats vanaf oktober en loopt door met de nalevering tot in december. De dag van de aflevering staat vermeld op de eerste en tweede opdrachtbevestiging van de SNPG.

De eerste opdrachtbevestiging wordt digitaal verstuurd, direct na het plaatsen van de bestelling. In september ontvangt u per post een definitieve opdrachtbevestiging met de afleverdatum. U krijgt een e-mail ter bevestiging van de leverdatum met een indicatie van de levertijd (meestal binnen een tijdsbestek van 2 uur). Deze e-mail wordt uiterlijk voor 08.00 op de dag voor de levering verstuurd.

De DVP van het RIVM zorgt ervoor dat de vaccins met actief gekoelde koelwagens vervoerd worden.

Het is belangrijk voor de kwaliteit dat de vaccins na levering zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 1 uur in de koelkast worden geplaatst. In dat uur moeten de vaccins in een ruimte/omgeving staan met een temperatuur tussen de 2 en 21 °C.

Voor alle vaccins is een goede koude keten van belang. Bij onderbreking van de koude keten zijn vaccins minder lang houdbaar en kunnen ze minder werkzaam zijn. Bewaar het pneumokokkenvaccin, net als alle andere vaccins, in de verpakking. Zorg dat er:

  • op de tijd van levering praktijkpersoneel aanwezig is om de vaccins in de koelkast te plaatsen;
  • voldoende koelcapaciteit is om de vaccins op de juiste wijze te bewaren. Dit kan betekenen dat er (tijdelijk) een tweede koelkast moet komen.

Wanneer de vaccinverpakkingen en de koelende delen van de koelkast contact maken, kunnen de vaccins bevriezen. Dat kan de werkzaamheid verminderen. Zie voor instructies de toelichting die de DVP bij de vaccins levert.

Vul bij onderbreking van de koude keten het meldingsformulier in op de website van de SNPG. Er wordt zo spoedig mogelijk contact met u opgenomen en beoordeeld of de vaccins nog bruikbaar zijn. Plaats de vaccins dus zo snel mogelijk (apart gehouden) terug in de koelkast, en vernietig de vaccins pas als na overleg met de DVP wordt geconcludeerd dat ze niet meer bruikbaar zijn.

De e-learningmodule van de SNPG en het RIVM besteedt aandacht aan de koude keten.

3. Vaccineren

  • De griep- en pneumokokkenvaccinatie kunnen gelijktijdig toegediend worden. Prik het griepvaccin links en het pneumokokkenvaccin rechts.
  • Prik intramusculair. Ook bij gebruik van antistolling mag intramusculair worden gevaccineerd, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Bij aangeboren stollingsstoornissen is het advies subcutaan te vaccineren.
  • Voorbereiden vaccins: anders dan met het griepvaccin wordt de veiligheidsnaald met een draaiende beweging op het pneumokokkenvaccin bevestigd.
  • Vaccineren is een voorbehouden handeling. Zorg dat u aan de voorwaarden voldoet wanneer u deze taak aan ander praktijkpersoneel delegeert.

Griep- en pneumokokkenvaccins zijn beide geïnactiveerde vaccins, wat betekent dat er geen minimuminterval nodig is tussen beide vaccins. Het COVID-19-vaccin is ook een geïnactiveerd vaccin, maar om de bijwerkingen van deze destijds nieuwe vaccins goed te kunnen monitoren, werd vorig jaar geadviseerd om COVID-19-vaccins niet gelijktijdig met andere vaccins toe te dienen. Inmiddels is dit interval vervallen, omdat er geen aanwijzingen zijn voor interactie tussen COVID-19-vaccins en andere vaccins.

Wanneer u de griep- en pneumokokkenvaccins tegelijk of kort (< 2 weken) na elkaar toedient, plaatst u ze elk in een andere arm (ledemaat). Het advies is om het griepvaccin links en het pneumokokkenvaccin rechts toe te dienen. Zo kunnen eventuele bijwerkingen aan het juiste vaccin gelinkt worden. Dit is noodzakelijk voor het melden van een bijwerking bij Bijwerkingencentrum Lareb.

Wanneer een patiënt per abuis tweemaal hetzelfde vaccin ontvangt, is dit niet gevaarlijk voor de patiënt. Geef het vaccin dat de patiënt niet heeft ontvangen alsnog in een ander ledemaat (aan de juiste kant).

De pneumokokkenvaccinatie is een voorbehouden handeling in de zin van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Een praktijkmedewerker (doktersassistente, praktijkondersteuner of -verpleegkundige) mag de vaccinatie onder de volgende voorwaarden uitvoeren:

De arts (opdrachtgever):

  • is deskundig en bekwaam in het stellen van een indicatie voor en het uitvoeren van voorbehouden handelingen en is verantwoordelijk voor (de inhoud van) de opdracht.
  • geeft zo nodig aanwijzingen of instructies en zorgt ervoor dat toezicht en tussenkomst mogelijk zijn wanneer dat redelijkerwijs nodig is. De instructies zijn bij voorkeur in heldere protocollen en werkafspraken vastgelegd. Bij een calamiteit (bijvoorbeeld bij een onverwachte anafylactische reactie) kan de arts binnen 15 minuten aanwezig zijn om adequate behandeling in te zetten.
  • overtuigt zich ervan dat de opdrachtnemer bekwaam is in het uitvoeren van om de voorbehouden handeling.

De doktersassistente, praktijkondersteuner of -verpleegkundige (opdrachtnemer):

  • handelt uitsluitend in opdracht van en volgens de gegeven aanwijzingen van de opdrachtgever.
  • neemt de opdracht alleen aan als zij zichzelf redelijkerwijs in staat acht de behandeling naar behoren uit te voeren.

Het is van belang dat de deskundigheid en bekwaamheid van de medewerkers op peil blijven. Dit is de verantwoordelijkheid van vooral de werkgever en/of opdrachtgever, maar ook van de medewerker/opdrachtnemer zelf.

Een aantal patiënten zal de huisarts, doktersassistente, praktijkondersteuner of -verpleegkundige thuis vaccineren. Het NHG heeft in nauw overleg met de LHV vastgesteld dat de doktersassistente, praktijkondersteuner en -verpleegkundige vaccinaties mogen geven zonder direct toezicht van de arts (en eventueel ook buiten de praktijk), omdat de kans op een ernstige complicatie erg klein is. Voorwaarde is wel dat ze voldoende ervaring hebben met de toediening van deze vaccins.

Ook bij het vaccineren van de patiënt in de thuissituatie is het belangrijk dat de koude keten niet wordt onderbroken. Gebruik voor het vervoer een koeldoos of -tas met koelelementen. De pneumokokkenvaccins zijn nog gevoeliger voor temperatuurschommelingen dan de griepvaccins.

Meer informatie over de koude keten vindt u op de website van de SNPG.

Ook moet duidelijk zijn wie de patiënten in het verzorgingshuis vaccineert. Het is handig om dat binnen de HOED of hagro af te stemmen.

Na bevestiging van de veiligheidsnaald op het vaccin dient het vaccin nog diezelfde dag (dus niet de volgende dag ook al is dit binnen 24 uur) gebruikt te worden en moet het vaccin tot het moment van gebruik in de koelkast bewaard worden. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, mag het vaccin niet meer gebruikt worden. Het is belangrijk om de veiligheidsnaalden stevig aan te draaien op het pneumokokkenvaccin.

Meer informatie over het gebruik van veiligheidsnaalden vindt u op de website van de SNPG.

Geef de vaccinatie in principe in de bovenarm

Dien het vaccin bij voorkeur via een intramusculaire injectie toe. Er zijn aanwijzingen dat intramusculaire toediening minder lokale bijwerkingen geeft. Van diverse vaccins is bekend dat er een significant betere immuunreactie optreedt na intramusculaire toediening dan na subcutane toediening. Of dit ook voor PPV23 geldt, is onbekend (Cook et al 2008).

Langere naald bij obesitas

Uit onderzoek is gebleken dat voor mannen <118 kg en voor vrouwen <90 kg een naaldlengte van 25mm voldoende is om een vaccin intramusculair toe te dienen (Poland GA et al 1997) . Bij mensen met een hoger gewicht is meestal een lengte van 38 mm nodig.

Er wordt geadviseerd om bij mensen met een bekende BMI >40 altijd een naald van 38mm te gebruiken. Bij een BMI tussen 30 en 40 zal een inschatting moeten worden gemaakt van de dikte van de subcutane vetlaag van de bovenarm, die bij vrouwen over het algemeen gemiddeld dikker is dan bij mannen.

De meest pragmatische methode om dit te schatten is de volgende: wanneer je bij een bloeddrukmeting een grote manchet zou gebruiken, is het advies om een naald van 38 mm te gebruiken. Een nauwkeuriger methode is kijken naar de dikte van de huidplooi door deze tussen duim en wijsvinger te pakken. Indien de naald korter is dan de helft van de huidplooi, is een naaldlengte van 38 mm nodig.

Gebruik bij twijfel een naald van 25 mm. Te diepe injectie (op een verkeerde injectieplaats) kan SIRVA (shoulder injury related to vaccine administration) veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn neuropathie, langdurige schouderpijn en bursitis.

Naar schatting zal de langere naald (van 38 mm) nodig zijn bij ongeveer 5-10% van de grieppopulatie. In 2018 had 1% van de mensen morbide obesitas (BMI >40) en 14% van de Nederlanders ernstig overgewicht (BMI >30). Houd hier bij het bestellen van naalden rekening mee.

Okselklierverwijdering

Patiënten die een okselklierverwijdering hebben gehad (bijvoorbeeld na een mammacarcinoom), hebben mogelijk instructies gekregen om medische handelingen, zoals vaccinatietoediening, aan de behandelde arm te vermijden om lymfoedeem te voorkomen. Onderzoek heeft echter geen vergroot risico aangetoond op het ontstaan van lymfoedeem. Conform internationale aanbevelingen is het advies om in principe voor de niet-behandelde arm te kiezen, maar de behandelde arm hoeft niet strikt vermeden te worden.

Het advies is om bij aangeboren stollingsstoornissen in principe alle vaccins subcutaan toe te dienen, tenzij na overleg met de behandelaar gekozen wordt voor de intramusculaire route.

Bij het gebruik van antistollingsmedicatie zoals directe anticoagulantia (DOAC’s) en cumarinederivaten kunnen vaccins en immunoglobulines (mits het volume ≤ 1 ml) intramusculair toegediend worden. Voorwaarden zijn dat de vaccinatieplaats gedurende ten minste 2 minuten zonder te wrijven stevig afgedrukt wordt en dat bij het gebruik van cumarinederivaten de INR stabiel is (< 3,5). We spreken van een stabiele INR als het medicatiebeleid de voorafgaande 3 maanden niet aangepast hoefde te worden op basis van de INR-controles.

De adviezen over intramusculair prikken bij gebruik van antistollingsmedicatie zijn bij pneumokokkenvaccinatie minder strikt dan bij coronavaccinatie.

  • Er hoeft geen rekening gehouden te worden met innametijd van DOAC’s.
  • Bij stabiele INR-waarden is voorafgaand aan de vaccinatie geen INR-controle bij de trombosedienst nodig.
  • Bij een instabiele INR kan voorafgaand aan vaccinatie een INR-controle plaatvinden.
  • Bij een INR < 3,5 kan er alsnog intramusculair geprikt worden.
  • Bij een INR ≥ 3,5 of wanneer er geen recente waarde bekend is, kan subcutaan geprikt worden.
  • Bij coronavaccinatie is subcutane vaccinatie niet toegestaan; het advies is om dan van vaccinatie af te zien.

In de praktijk kan bij (DOAC’s en) cumarinederivaten om pragmatische redenen gekozen worden voor subcutane injectie van de pneumokokkenvaccinatie. Bij subcutane toediening van PPV23 zijn er aanwijzingen voor meer lokale reacties dan bij intramusculaire toediening.

Zie ook het LCR-protocol Stollingsstoornissen (pdf).

4. Registreren toegediende vaccins

  • Registreer toegediende vaccins op patiëntniveau (door de uitnodigingsbrief te scannen). Let indien van toepassing op de verschillende batchnummers van de vaccins. Vergelijk patiënten die zijn gevaccineerd met de patiënten op de selectielijst. Overweeg om een herinnering te sturen naar mensen die niet op de uitnodiging hebben gereageerd.
  • Registreer de vaccinatie als medicatievoorschrift onder ICPC-code R44 (immunisatie/preventieve medicatie). In de medicatielijst is dan precies terug te vinden wanneer de patiënt de vaccinatie heeft ontvangen. Het voorschrift dat hiervoor gebruikt wordt, is ATC J07AL01. Als datum vult u de dag in waarop het vaccin is gegeven. Het batchnummer van het vaccin wordt in het HIS op individueel patiëntniveau vastgelegd. Met behulp van het HIS kan dat in 1 keer voor een hele batch. Door in het HIS vast te leggen wie wanneer met welk vaccin (batchnummer) gevaccineerd is, kunt u snel nagaan of er een oorzakelijk verband is tussen het afgeleverde vaccin en een (al dan niet ernstige) bijwerking kort na vaccinatie. Het is de verantwoordelijkheid van de HIS-leverancier om ervoor te zorgen dat deze lijsten uitgedraaid kunnen worden. In sommige HIS’en is het mogelijk dat u zelf zo’n lijst kunt uitdraaien. Bij HIS’en waarin dat niet kan, moet de HIS-leverancier deze lijst binnen 24 uur kunnen opleveren.

Daarnaast is de informatie op batchnummerniveau van belang voor het declareren bij de SNPG. Alleen over de vaccins die dat jaar over de datum gaan, wordt spillage gerekend. Vaccins die langer houdbaar zijn, kunt u een seizoen later alsnog toedienen, en in dat jaar declareren.

  • Registreren weigeraars: u kunt patiënten die expliciet aangeven NOOIT deel te willen nemen aan het NPPV registreren als weigeraar. Deze patiënten worden (vijfjaarlijks) wel geïncludeerd in de initiële selectie en zijn herkenbaar in het te beoordelen overzicht. Het advies is om zeer kritisch te bekijken of u inderdaad volledig stopt met het sturen van uitnodigingen, of dat u gezien de lange tussenperiode, toch na 5 jaar opnieuw een uitnodiging stuurt.

December/januari: declareren en spillage en langdurig bewaren

1. Declareren en doorgeven spillage

  • Declareren kan gelijktijdig met het declareren voor het NPG.
  • Het pneumokokkenvaccin kan (afhankelijk van expiratiedatum) gedurende het hele jaar gegeven worden en moet dan in de daaropvolgende declaratieperiode gedeclareerd worden. Het is noodzakelijk om dit zelf bij te houden.

Declareren

Van 1 december tot en met 31 januari kunt u de declaratie indienen via de webapplicatie van de SNPG. Het heeft de voorkeur om de griep- en pneumokokkenvaccins tegelijkertijd te declareren.

Bij de declaratie geeft u aan hoeveel vaccins u per batchnummer gebruikt heeft. Dit is van belang voor het berekenen van de spillage.

De lijst met gevaccineerde patiënten moet minimaal 20 jaar in de huisartsenpraktijk worden bewaard, net als bij de griepvaccinatie. U kunt bij de SNPG alleen vaccins declareren die zijn toegediend aan patiënten die volgens het NPPV zijn opgeroepen.

Aandachtspunt: er worden vaccins geleverd met verschillende expiratiedata.

Vaccins kunt u bewaren en gebruiken tot aan de houdbaarheidsdatum. Het is vaak mogelijk om de vaccins tijdens meerdere campagnejaren te gebruiken. Bewaar de overgebleven vaccins volgens de eerder beschreven kwaliteitseisen. Over vaccins die niet bewaard kunnen worden of die om andere redenen verloren gegaan zijn, wordt spillage berekend. De spillage wordt berekend door het totaal aantal vaccins in aangebroken verpakkingen af te trekken van de totale bestelling. Daarnaast is nog 5% van de totale bestelling als spillage toegestaan.

Rekenvoorbeeld

Een huisarts bestelt 120 vaccins en zet er 103. De toegestane spillage is 5% van 120 (6 vaccins). Omdat er 11 verpakkingen open zijn gemaakt, is de bovenmatige spillage in dit geval 120 – 110 – 6 = 4 vaccins. Hij dient 4 vaccins dus zelf te betalen.

Om bij het berekenen van de spillage rekening te kunnen houden met het al dan niet bewaren van vaccins, dient de huisarts bij de declaratie het aantal gevaccineerde patiënten per batchnummer in te vullen.

Zie voor verdere uitleg en rekenvoorbeelden de website van het SNPG.

2. Langdurig bewaren van vaccins

  • Afhankelijk van de expiratiedatum. Omdat het pneumokokkenvaccin niet van samenstelling verandert, kan deze ook voor de volgende jaren gebruikt worden.

Het geven van een pneumokokkenvaccinatie is, anders dan bij de griepvaccinatie, niet seizoensgebonden. Er zijn mogelijk mensen uitgenodigd voor een pneumokokkenvaccinatie die verhinderd waren, bijvoorbeeld omdat zij ten tijde van de uitnodiging chemotherapie kregen. Zij kunnen ook later nog een pneumokokkenvaccinatie krijgen om zo voldoende beschermd te zijn. Vernietig houdbare pneumokokkenvaccins daarom niet.

Het eventueel vernietigen van de pneumokokkenvaccinatie hangt samen met de expiratiedatum en niet met het einde van een bepaalde periode, zoals bij de griepvaccinatie.

Afmelden vaccins (alleen van toepassing voor apotheekhoudende huisartsen)

Sinds 2020 gelden verscherpte Falsified medicines directives. Deze zijn ook van toepassing op vaccins. Als u apotheekhoudend huisarts bent, kunt u op de website van de SNPG (www.snpg.nl) lezen wat dit voor u betekent.


Gedurende het hele jaar

  1. Vaccineren van patiënten met een uitnodiging bij wie vaccinatie eerder niet mogelijk was
  2. Registreren/bijhouden toegediende pneumokokkenvaccinaties na het declareren in januari
  3. Facultatief: signaleren van patiënten met een medische indicatie voor de pneumokokkenvaccinatie Deze kunt u registreren door middel van de volgende diagnostische bepalingen:
    • Medische indicatie pneumokokkenvaccinatie (ja/nee/nog te bepalen)
    • Behandelaar pneumokokkenvaccinatie (huisarts/specialist)

← Opzet NPPV | Vaccinatie op medische indicatie →

Bronnen

  • Cook IF. Evidence based route of administration of vaccines. Human Vaccines 2008:4:67-73.DOI: 10.4161/hv.4.1.4747